Sportschieten

In eenvoudige bewoordingen of in een eenvoudige structuur het sportschieten uitleggen is een bijna onmogelijke taak. Als sport omvat het Schieten bijna evenveel disciplines als Atletiek.

Het ISSF (International Shooting Sport Federation) (tot voor kort U.I.T) genaamd is de international bond die ervoor instaat dat alle schutters over de ganse wereld een uniform reglement hebben om hun sport te beoefenen. In de praktijk is het wel zo dat er bijna oneindig meer disciplines bestaan dan er door het ISSF erkend zijn. Dit komt vooreerst door de moeilijkheidsgraad van de erkende disciplines, en, door plaatselijke gewoontes en wetgevingen. Maar er mag gesteld worden dat alle sportdisciplines bij het schieten hun basis hebben bij de ISSF reglementen. Er zijn 17 Olympische Schietdisciplines, die in 4 hoofdgroepen kunnen onderverdeeld worden, nml, Kleischieten, Karabijnschieten, Pistoolschieten, en , Lopend Doel schieten.

Wie nooit de schietsport beoefend heeft, beschouwt de schietsport niet echt als een sport. Niets is echter minder waar.
Het schieten is inderdaad geen actiesport, en een toeschouwer heeft de indruk dat alles vanzelf gaat. Het schieten is immers een "inwendige" of een "concentratie" sport. Wat niet wegneemt dat een goede algemene conditie zeer belangrijk is voor een topschutter. 

Tot de basistraining van een schutter behoort joggen, zwemmen, fietsen, kracht en duurtraining, naast de specifieke schiettraining.
De concentratie en de zelfbeheersing die een schutter moet opbrengen bij elk schot die hij (of zij) afvuurt is te vergelijken met de concentratie die een sprinter moet opbrengen bij de start van de 100m sprint. Alleen moet een schutter deze concentratie 60 maal opbouwen in een periode van 1hr30min. Het is niet uitzonderlijk dat een schutter na een wedstrijd volledig uitgeput is, zowel mentaal als fysiek. Een wedstrijdkarabijn kan tot 7kg wegen,
Door het feit dat een algemene goede conditie voldoende is, maar dat vooral zelfbeheersing, concentratie, en techniek doorslaggevend zijn, is de leeftijd van de competitieschutters zeer uiteenlopend. 

Sommige topschutters hebben reeds deelgenomen aan 4, 5 of zelfs 6 Olympische Spelen. Een bijkomend feit bij deze langdurige sportcarriŔres is : de sportiviteit. Ik denk dat er in geen enkele andere sport een even grote sportiviteit bestaat als in de schietsport. Natuurlijk zijn de verliezers teleurgesteld, maar in geen enkel andere sport wordt een winnaar zo vaak gefeliciteerd door zijn collega atleten als bij het schieten. Het feit dat  schieten een tot en met individuele sport is, is daarvan waarschijnlijk de basis. Een tegenstander kan jouw resultaten niet be´nvloeden en jij kan die van je tegenstander niet be´nvloeden. Iedere atleet is ten volle verantwoordelijk voor zijn eigen resultaat.
Met training en doorzettingsvermogen is iedereen in staat een redelijk niveau te halen in de schietsport. 

Wie zich een discipline eigen maakt en bereid is redelijk wat tijd in training te investeren kan tot de top of subtop geraken in BelgiŰ. Wie echter een echte topper wil worden moet keihard trainen, en dit, afhankelijk van het aangeboren talent, vaak gedurende jaren.