Ontstaan van onze vereniging

 Het gilde der Bussenieren van Sint Michiel wordt voor de eerst maal voluit genoemd in de stadsrekening van 1576-77: "de guldebroeders van sinte michiels gulde metter busse", doch het was al reeds eerder bestaande, vermits in 1575 "de ghulde broeders vander busse van Curtryck... alhier ghildewys quaemen schieten jeghens die vander Stede".

Het 'Doelhuijs van Sinte Michiel ghenaemt de bosse" of'13ossenhof' waar met de "hantbusse" of geweer naar het doel werd geschoten, bevond zich oostwaarts van de Noordstraat en, in hulde aan degene die, na op drie naeenvolgende koningsschietingen de koningstitel te hebben behaald, tot "keizer" werd uitgeroepen, werd de straat die leidde van het "Bossenhof' naar de Ooststraat, 'Keizerstraat' geheten, en na de oorlog 1914-1918 (!) in Jan Mahieustraat omgedoopt. Daar waar die straat uitmondde in de Ooststraat, stond de herberg 'De Keizer" , en aan de overzijde van de straat, als tegenhanger, de herberg 'De Keizerin".

In de processiŽn schoten de gildebroeders hun vuurroer af: 'vyftich ponden bospouder, gedeelt aende guldebroeders van St. Michiel, omme de Processie te verchieren met schieten", en de koning droeg een zilveren St. Michielsbeeldje, dat aan een zilveren ketting was gehecht

Nog op 30 mei 1857 ontving het gilde een vlag van de Graaf van Vlaanderen, zijn erevoorzitter. In 1760 was Ferdinand Rodenbach, stamvader van de Roeselaarse Rodenbach's, deken, en in 1769 koning van het genootschap.

Op het einde van de XIXe eeuw werden de 'Bussenieren" opgevolgd door de 'Karabinieren", die tot 1914 vergaderden in "Sint Michiel" langs de Leenstraat.

Uit"HetRoeselaarse volksleven"(1955)